Het wijdvertakte lymfestelsel is een belangrijk verdedigingssysteem van het lichaam tegen ongewenste indringers als bacteriën, virussen, schimmels en parasieten. Dit is een belangrijk onderdeel van het menselijk afweersysteem, het immuunsysteem. Het zorgt voor de verspreiding van witte bloedcellen naar alle plekken in het lichaam waar ziekteverwekkende organismen kunnen binnendringen, met name die onderdelen die contact hebben met de buitenwereld: de huid, de longen en de mond, de keel en de slijmvliezen van de darmen. Op strategische plekken in het lichaam liggen de lymfeklieren, eigenlijk kleine opslagkamertjes met lymfevocht en afweercellen. Wanneer het beenmerg grote hoeveelheden onrijpe cellen gaat produceren, zoals bij leukemie en lymfekanker, hopen deze zich in de lymfeklieren op.

Bij lymfekanker wordt onderscheid gemaakt tussen Hodgkin lymfoom en non-Hodgkin lymfoom, de verzamelnaam voor alle overige zogeheten lymfoproliferatieve maligniteiten.

Non-Hodgkin ontstaat door woekering van de stamcellen van de lymfocyten. Non-Hodgkin is bijna nooit tot een plek beperkt, maar verspreidt zich juist door het hele lichaam, ook buiten de lymfeklieren en vaak ook in het beenmerg. Bij bijna eenderde van de non-Hodgkin lymfomen worden deze buiten de lymfeklieren ontdekt. Er worden drie graden van kwaadaardigheid onderscheiden. Tumoren met een lage graad groeien langzaam, maar zijn slecht behandelbaar. Tumoren met een hoge graad groeien zeer snel en zijn juist wel gevoelig voor chemotherapie. Evenals bij Hodgkin worden daarnaast vier stadia van uitbreiding van de ziekte onderscheiden. Het diffuus grootcellig B-cellymfoom maakt 30-40 procent van de non-Hodgkin lymfomen uit, het folliculair B-cellymfoom ongeveer 25-30%. Deze laatste is veelal langzaam groeiend (indolent) en vrijwel ongeneeslijk, maar kenmerkt zich door herhaalde recidieven en soms ook spontane remissies.

Verschijnselen

De verschijnselen zijn min of meer hetzelfde als bij Hodgkin, nachtzweten, koorts en gewichtsverlies, maar ze komen minder vaak voor. Non-Hodgkin is daardoor minder goed herkenbaar, al vormen opgezwollen klieren en vermoeidheid wel duidelijke aanwijzingen.

Oorzaken

Er is niet één duidelijk oorzaak voor het krijgen van non-Hodgkin lymfoom aanwijsbaar, maar vermoedelijk berust het onstaan op een combinatie van factoren. Immuniteitsvermindering, aangeboren of door HIV-besmetting of het gebruik van bepaalde medicijnen zoals cytostatica (chemo) en immuunonderdrukkers als methotrexaat, vergroot de kans op het krijgen van het non-Hodgkin lymfoom. Ook na een behandeling voor kanker, waarbij bestraling en/of chemotherapie zijn toegepast, neemt de kans op deze ziekte toe. Mogelijk speelt ook blootstelling aan dioxine, pesticiden en bepaalde haarverf een rol bij de kans op het krijgen van een non-Hodgkin lymfoom. Van organische oplosmiddelen zoals benzeen is min of meer onomstotelijk bewezen dat deze de kans op non-Hodgkin vergroten.

Incidentie

Non-Hodgkin komt beduidend vaker voor dan Hodgkin, jaarlijks ongeveer 2.400 nieuwe gevallen. Sinds de jaren 70 is er een toename van 80%. De meeste patiënten zijn ouder dan 65 jaar. Vrouwen hebben een wat grotere kans op non-Hodgkin dan mannen (1,5 maal zo vaak).

Diagnostiek

Na bloedonderzoek, punctie of bioptie van een gezwollen klier en een beenmergpunctie, volgt net als bij Hodgkin röntgenonderzoek en echografie om de uitbreiding van de ziekte vast te stellen. Indien het beenmerg blijkt aangetast, volgt ook nog een leverpunctie.

Behandeling

Wanneer een tumor laaggradig is en de ziekte nog niet ver is voortgeschreden, wordt vaak de voorkeur gegeven aan een afwachten en regelmatige controle boven een chemokuur, met alle bijwerkingen van dien. Wel kan er bestraald worden. Zijn er klachten, dan wordt vaak wel chemotherapie overwogen, net als bij Hodgkin in de vorm van combinatietherapie, al zijn de effecten hiervan teleurstellend bij dit type.

Bij tumoren van een hogere graad wordt altijd chemotherapie toegepast. Om zwellingen te verminderen kan bestraling gebruikt worden. Ook bij non-Hodgkin kan een zeer hoge dosis cytostatica in combinatie met stamceltransplantatie overwogen worden.

Vanaf september 2006 kunnen patiënten in ons land die aan non-Hodgkin lijden worden behandeld met het levensverlengende en patiëntvriendelijke Zevalin. Het gaat hierbij om een vernieuwde radio-immunotherapie waarbij patiënten zich minder ziek voelen en veel sneller herstellen dan bij de tot nu toe gebruikelijke chemokuren. Bovendien reageert 74% van de uitbehandelde patiënten wel op deze nieuwe therapie. Zevalin werd in enkele landen al langer toegepast maar staat in Nederland pas sinds half augustus 2006 op de lijst dure geneesmiddelen van het College Tarieven Gezondheidszorg (CTG) en wordt sindsdien voor de meeste patiënten vergoed.

Met deze nieuwe therapie krijgen de patiënten een behandeling waarbij kankercellen in het lichaam worden opgespoord en ‘gemarkeerd’. Daarna wordt Zevalin toegediend per infuus. Dit geneesmiddel is radioactief en zoekt de markers (kenmerkende stoffen) op de kankercellen op. Vervolgens bestraalt het middel ter plaatse uitsluitend het kankergezwel zelf. Verschillende studies tonen aan dat de effectiviteit van deze methode veel hoger is dan van chemokuren. Bovendien is de schade aan gezonde cellen zeer beperkt. Zevalin kan op dit moment alleen in gespecialiseerde ziekenhuizen worden toegediend.

Tumorgerichte- en mensgerichte behandelingen

Het optimaal behandelen van kanker bestaat volgens het Nationaal Fonds tegen Kanker uit de combinatie van tumor- en mensgerichte behandelingen. Deze laatste groep van behandelingen zijn gericht op voeding, beweging en welzijn. Het NFtK zet zich in deze zorg vast onderdeel te laten zijn van het behandelplan. Deze kunnen bijdragen aan minder complicaties, minder bijwerkingen en vergroting van het succes van andere behandelingen en dragen daarmee bij aan een hogere levensverwachting met een betere kwaliteit van leven. Meer informatie vindt u op onze site.

Resultaten

De genezingskansen zijn afhankelijk van de kwaadaardigheid van de tumor en het stadium van de ziekte. Een laaggradige tumor die met bestraling te behandelen is, leidt vaak tot volledige genezing. De gemiddelde vijfjaars overleving bedraagt rond 50%.

Op de hoogte gehouden worden van nieuwe ontwikkelingen?

Meld je aan voor de gratis nieuwsbrief
Aanmelden nieuwsbrief