De ziekte Baarmoederkanker

Baarmoederkanker (endometriumcarcinoom) en baarmoederhalskanker (cervixcarcinoom) zijn twee totaal verschillende kankers, niet alleen vanwege de lokalisatie maar ook door manier waarop zij ontstaan. Baarmoederkanker is een kwaadaardig gezwel in het baarmoederslijmvlies en komt voornamelijk voor bij vrouwen na de overgang en zelden bij jongere vrouwen.

De baarmoeder bestaat uit twee gedeeltes. Het bovenste en grootste gedeelte is het corpus (=lichaam) waarin gebruikelijk eicellen na bevruchting uitgroeien tot een kind. Het onderste gedeelte is de baarmoederhals. Een gedeelte hiervan steekt uit in de vagina (=schede) en dat gedeelte wordt dan weer de portio genoemd, waarin baarmoederhalskanker tot ontwikkeling kan komen.

Kankers van de baarmoeder bevinden zich in het bovenste gedeelte, het corpus.

In de baarmoeder komen vaak tumoren van de spierlaag voor. Deze worden myomen genoemd en zijn vrijwel altijd goedaardig. Als zij kwaadaardig worden, dan heten zij myosarcomen. De meest voorkomende kwaadaardige tumor van de baarmoeder is echter de baarmoederkanker, ook wel corpuscarcinoom genoemd. Als de tumor ontstaat vanuit het slijmvlies wordt de tumor endometriumcarcinoom genoemd. Het endometrium is het slijmvlies aan de binnenzijde van de baarmoeder dat tijdens de menstruele cyclus groeit om voorbereid te zijn op de innesteling van een bevruchte eicel. Komt die eicel niet of wordt deze niet bevrucht, dan wordt het slijmvlies tijdens de menstruatie weer afgestoten en dat gaat met een bloeding gepaard, de menstruatie oftewel de ongesteldheid. Het hele proces staat onder invloed van de vrouwelijke hormonen oestrogeen en progesteron.

Het endometrium van de baarmoeder bestaat voor een belangrijke deel uit kliercellen. Een kanker van kliercellen heet officieel een adenocarcinoom. Maar omdat de term adenocarcinoom van het endometrium wat omslachtig is, is dit afgekort tot endometriumcarcinoom.

Verschijnselen

Vaginaal bloedverlies is meestal het eerste teken van baarmoederkanker en in 85% van de gevallen is dat bloedverlies na de menopauze. Dit maakt het makkelijker om op te merken dat er iets aan de hand is. De overige 15% wordt gevonden bij vrouwen met menstruatiestoornissen, al dan niet voor of tijdens de overgang. Het bloedverlies kan gering zijn, soms niet meer dan wat bruin, vleesnatachtig vocht. Buikklachten komen zelden voor bij het corpuscarcinoom en treden meestal pas laat op.

Oorzaken

Vermoedelijk is de belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van baarmoederkanker de schommelingen in hormoonspiegels bij de vrouw. Deze schommelingen zijn uiteraard normaal en maken deel uit van de menstruele cyclus. Maar omdat vrouwen in de geïndustrialiseerde wereld vaak vroeg ongesteld worden, relatief weinig kinderen krijgen en vaak laat in de overgang gaan, maken zij dus in hun leven veel schommelingen in hormoonspiegels mee. En omdat vooral de oestrogenen de opbouw van het slijmvlies van de baarmoeder stimuleren (evenals de groei van de borstklieren) zijn de cellen daarvan dus honderden keren in het leven aangezet tot groei en celdeling. Dit verhoogt de kans op ontsporing waardoor veranderingen in de genen en/of activering van de genen kunnen ontstaan. En dat kan het eerste begin van een endometriumcarcinoom zijn. In hormonaal opzicht zijn er dus overeenkomsten met borstkanker, het mammacarcinoom. Dus ook het gebruik van vrouwelijke hormonen en met name oestrogenen vanwege overgangsklachten kan bevorderend werken op het endometriumcarcinoom.

Andere risicofactoren voor baarmoederkanker zijn verhoogde bloeddruk, suikerziekte en vetzucht. Bij vrouwen die een oestrogeenproducerende tumor van de eierstokken hebben komt endometriumcarcinoom vaker voor. Ook de behandeling van borstkanker met tamoxifen (een anti-oestrogeen) geeft een verhoogde kans, vanwege het lichte oestrogeeneffect van tamoxifen zelf.

Voorkomen/incidentie

Baarmoederkanker is de meeste voorkomende gynaecologische maligniteit (=kwaadaardige tumor) en omvat 6% van alle kankers bij vrouwen. Jaarlijks krijgen zo’n 1600 vrouwen baarmoederkanker en overlijden er ongeveer 400 vrouwen aan. In tegenstelling tot baarmoederhalskanker komt baarmoederkanker vooral voor bij oudere vrouwen, vooral tussen de 55 en 70 jaar en 75% komt voor na de menopauze. De ziekte komt bij vrouwen in de geïndustrialiseerde landen aanzienlijk vaker voor dan in bijvoorbeeld Afrika. Vermoedelijk speelt hierbij het gebruik van hormonen in het westen en het feit dat vrouwen meer kinderen krijgen en dus minder vaak menstrueren een grote rol.

Diagnostiek

Wanneer een abnormaal vaginaal bloedverlies is geconstateerd en geen afwijkingen aan de baarmoederhals gevonden zijn, dient verder onderzoek te gebeuren. Bij algemeen lichamelijk onderzoek wordt vooral gezocht naar vergrote lymfeklieren en een vergrote lever. Onderzoek van het slijm van de baarmoederhals is ook noodzakelijk, maar toont slechts in ongeveer de helft van de gevallen de kwaadaardige cellen uit de baarmoederholte aan. De volgende stap is echografie, een vaginale echo van de baarmoeder, eileiders en eierstokken. Wanneer het slijmvlies in de baarmoeder (endometrium) dun is en minder dan 4 millimeter dik, dan is de kans op afwijkingen zo gering dat voorzichtig afgewacht kan worden. Wanneer deze dikte echter meer dan 4 millimeter is, dan dient onderzoek van de baarmoederholte plaats te vinden, hetzij via curettage waarbij cellen worden afgeschraapt van het slijmvlies, hetzij door hysteroscopie (kijken in de baarmoeder met een speciale endoscoop). Wanneer na dit onderzoek een endometriumcarcinoom is aangetoond, wordt verder onderzoek verricht om te beoordelen of uitzaaiing reeds heeft plaatsgevonden.

Behandeling specifiek

De behandeling van het corpuscarcinoom is uiteraard afhankelijk van het stadium waarin de tumor zich bevindt. De standaardbehandeling bestaat tenminste uit chirurgische verwijdering van baarmoeder, eileiders en eierstokken. In veel gevallen wordt ook nabestraald, hetzij van buitenaf hetzij via vaginale brachytherapie, waarbij de bestraling plaatselijk vanuit de vagina plaatsvindt. Deze techniek heeft het voordeel dat nauwkeuriger bestraald kan worden, en dus minder schade aan omringende weefsels zal optreden. Ook een combinatie van beide bestralingen wordt toegepast.

Wanneer de tumor al uitgezaaid is buiten de baarmoeder en dus in stadium III of IV is, wordt de behandeling vaak geïndividualiseerd. Soms wordt dan als eerste bestraald, soms wordt toch ook de baarmoeder verwijderd vanwege het voortdurende bloedverlies. Behandeling met progesteron-achtige middelen is soms nuttig, want veel van deze tumoren zijn progesterongevoelig. Tot voor kort werd het gebruik van chemotherapie niet zo vaak toegepast. Er zijn echter recent resultaten bekend geworden van chemotherapie-combinaties die redelijke resultaten hebben laten zien, voor wat betreft ziektevrije en totale overleving. Dit gebied is dus nog in ontwikkeling. Daarom is het ook van belang een gespecialiseerd ziekenhuis te bezoeken voor deze behandeling.

Tumorgerichte en mensgerichte behandelingen

Het optimaal behandelen van kanker bestaat volgens het Nationaal Fonds tegen Kanker uit de combinatie van tumor- en mensgerichte behandelingen. Deze laatste groep van behandelingen zijn gericht op voeding, beweging en welzijn. Het NFtK zet zich in deze zorg vast onderdeel te laten zijn van het behandelplan. Deze kunnen bijdragen aan minder complicaties, minder bijwerkingen en vergroting van het succes van andere behandelingen en dragen daarmee bij aan een hogere levensverwachting met een betere kwaliteit van leven. Meer informatie vindt u op  onze site.

Resultaten

De prognose van baarmoederkanker is redelijk goed (75-90%), vooral omdat 85% van de tumoren al in stadium I wordt ontdekt waarbij de plaatselijke uitbreiding gering is en er geen uitzaaiingen bestaan. Wanneer er echter wel uitzaaiingen bestaan wordt de prognose snel slechter en de 5-jaarsoverleving van stadium III en IV bedraagt slechts 5-10%.

Preventie

Zoals steeds meer bekend en bewezen wordt, is een levensstijl waarin men regelmatig beweegt en goed en gezond eet, van belang om kanker te voorkomen. Er wordt geschat dat tenminste 50% van de kankers veroorzaakt worden door factoren die met lifestyle te maken hebben. Preventie is dus van het grootste belang. Ook verhoogde bloeddruk en overgewicht/vetzucht horen tot deze lifestyle-factoren. Tevens blijkt dus dat het vanuit onze biologie gezonder is om veel kinderen te krijgen, althans in dit opzicht, maar de maatschappelijke situatie maakt dit vaak ongewenst of zelfs onmogelijk.

Op de hoogte gehouden worden van nieuwe ontwikkelingen?

Meld je aan voor de gratis nieuwsbrief
Aanmelden nieuwsbrief