De zaadbal (testis) ontstaat tijdens de embryonale ontwikkeling van een mannelijke baby nabij de nier. Tijdens de ontwikkeling verhuizen de zaadballen van de nieren naar onderin de buik en dalen dan via het lieskanaal nog voor de geboorte in naar het scrotum, de balzak. Door deze verhuizing loopt het lymfestelsel vanaf het scrotum naar omhoog in de rug en treden uitzaaiingen het eerst in de lymfeklieren rond de nieren op.

De ziekte

Zaadbalkanker ontstaat in de kiemcellen waaruit de spermacellen groeien. Er worden twee soorten tumoren onderscheiden, seminomen en niet-seminomen, met elk hun eigen behandeling. Beide komen ongeveer even vaak voor. Doorgroei van de tumor vindt eerst plaats in de rest van de zaadbal en vervolgens in het scrotum. Via het lymfestelsel kunnen grote hoeveelheden tumorcellen verspreid worden, zodat de ophoping in de rug (nabij de nieren) soms duidelijk voelbaar is. Verdere uitbreiding komt voor, zodat soms ook een opgezwollen klier achter het sleutelbeen een eerste teken van zaadbalkanker is. Uitzaaiing via het bloed gaat vooral naar de longen, soms naar de lever.

Er bestaat een voorstadium van zaadbalkanker, waarin de kiemcellen al wel onrustig zijn maar nog niet tot wildgroei overgaan.

Verschijnselen

Een tumor in de zaadbal is duidelijk voelbaar als een verharding tussen de overige, normaal goed te onderscheiden delen van het orgaan. Opvallend is dat de kenmerkende gevoeligheid van de balzak in een tumor afwezig is. De eerste klacht is dus een pijnloze, ongevoelige verharding. Soms komt een verdraaiing van de zaadbal voor, of treden symptomen op die passen bij een zaadbalontsteking (orchitis). Later volgen vage pijnklachten in rug en buik, vanwege de opzwellende klieren en eventuele doorgroei. Doordat de tumor de hormoonhuishouding kan verstoren, komt het opzwellen van de tepel ook wel eens voor. Ook longklachten kunnen op de voorgrond staan, wanneer uitzaaiing daarheen via het bloed heeft plaatsgevonden. Dan kan ook kortademigheid of bloed opgeven optreden.

Oorzaken

Er zijn geen aanwijsbare oorzaken voor het ontstaan van zaadbalkanker. Maar het is wel bekend dat wanneer de testis niet ingedaald is, de kans op tumorvorming 30 maal verhoogd is. Vermoedelijk komt dat niet door het niet indalen, maar door andere factoren, die zowel het niet indalen als de tumorvorming veroorzaken. De kans dat zich in de andere zaadbal ook een tumor ontwikkelt, is namelijk in dit soort gevallen ook duidelijk verhoogd. Wanneer testiskanker in de familie voorkomt, bestaat ook een verhoogde kans.

Incidentie

Hoewel zaadbalkanker maar zo’n 500 nieuwe gevallen per jaar kent en dus vrij zeldzaam is, is het onder jongemannen tussen 20 en 45 jaar wel de meest voorkomende vorm van kanker. Onvolledige indaling van de zaadbal verhoogt de kans op deze ziekte dus met een factor 30. De incidentie in Nederland bedraagt ongeveer 5-6 nieuwe testistumoren per jaar per 100.000 mannen. In de gemiddelde huisartspraktijk zal deze tumor dus ongeveer eens in de 15 jaar aangetroffen worden.

Diagnostiek

In het scrotum kunnen vaker zwellingen ontstekingen voorkomen, maar deze zijn in het algemeen juist pijnlijk. Gevoelloosheid is dus een sterke aanwijzing. Nader onderzoek vindt met een echografie plaats. Een weefselpunctie is gevaarlijk, omdat besmette cellen hierbij gemakkelijk los kunnen raken en zodoende voor verdere verspreiding zorgen. Bij niet-seminomen kunnen specifieke tumormerkstoffen in het bloed worden gevonden, zoals het humaan choriogonadotrofine en het alfa-1-foetoproteïne. De hoeveelheden van deze hormonen kunnen een maat zijn voor de ernst van de uitbreiding. Het enzym lactaatdehydrogenase (LDH) dat in vele cellen van ons lichaam voorkomt, kan bij alle kiemceltumoren van de testis verhoogd zijn.

Behandeling

Is eenmaal kanker vastgesteld, dan wordt de zaadbal compleet met zaadstreng en omliggende bloedvaten verwijderd. Dit gebeurt via een opening in de lies waar eerst de bloedvaten en zaadleider worden afgeklemd om de kans op verspreiding van losse kankercellen te verkleinen. In feite vindt de operatie plaats op basis van een krachtig vermoeden, omdat weefselonderzoek pas mogelijk is ná verwijdering van zaadbal en omgeving. Verwijdering van één zaadbal heeft geen invloed op vruchtbaarheid, erectie en geslachtsdrift.

Aanvullende behandelingen, in de vorm van bestraling en chemotherapie, hebben echter wel een negatieve invloed op het seksueel functioneren. Bij een seminoom wordt meestal aanvullende bestraling gegeven op de regionale lymfeklierstations, ook als geen uitzaaiingen zijn aangetoond. Tegenwoordig wordt in het eerste stadium (zonder bekende uitzaaiingen) ook wel volstaan met frequente controles, vanwege de bijwerkingen van de bestraling. In gevorderde stadia van de zaadbalkanker wordt eerst chemotherapie gegeven, gevolgd door bestraling.

Bij niet-seminomen is bestraling niet erg succesvol en hier ligt de nadruk op chemotherapie. Maar ook hier wordt in stadium I na de verwijdering van de zaadbal vaak afgewacht en frequent gecontroleerd. Bij 25% zal dan alsnog tijdens de follow-up verdere tumorgroei optreden. Dan wordt meestal polychemotherapie (met een combinatie van meerdere chemotherapeutica) begonnen. Soms volgt daarna nog een extra operatie om te zien of alle tumorweefsel is verdwenen en om eventueel resterend tumorweefsel alsnog te verwijderen.

Tumorgerichte- en mensgerichte behandelingen

Het optimaal behandelen van kanker bestaat volgens het Nationaal Fonds tegen Kanker uit de combinatie van tumor- en mensgerichte behandelingen. Deze laatste groep van behandelingen zijn gericht op voeding, beweging en welzijn. Het NFtK zet zich in deze zorg vast onderdeel te laten zijn van het behandelplan. Deze kunnen bijdragen aan minder complicaties, minder bijwerkingen en vergroting van het succes van andere behandelingen en dragen daarmee bij aan een hogere levensverwachting met een betere kwaliteit van leven. Meer informatie vindt u op onze site

Resultaten

Mits tijdig ontdekt (stadium I en IIA), ligt de vijfjaarsoverleving bij zaadbalkankers van het type seminoom op 95 procent. Bij verdere uitbreiding van de tumor ligt dit tussen 72 en 86 procent. De gemiddelde prognose bij niet-seminomen is ongeveer 80 procent en varieert van 48 tot 99 procent. Wel heeft behandeling vaak een verminderd seksueel functioneren tot gevolg, variërend van erectiestoornissen en ejaculatieproblemen tot onvruchtbaarheid. Om die reden kan het verstandig zijn, indien men nog nageslacht wenst, vóór de behandeling sperma in te vriezen. Veertig procent van de patiënten ervaart op lange termijn een verminderd seksueel functioneren, maar voor de meeste van hen levert dit geen ernstige problemen op. Erg belangrijk voor de prognose is ook de ervaring van het behandelteam, hetgeen een reden is om de behandeling te laten plaatsvinden in een gespecialiseerd centrum.

 

Op de hoogte gehouden worden van nieuwe ontwikkelingen?

Meld je aan voor de gratis nieuwsbrief
Aanmelden nieuwsbrief