De ziekte prostaatkanker

Prostaatkanker is een kanker die bijna altijd uitgaat van het klierweefsel van de prostaat en vooral bij oudere mannen voorkomt. De prostaat is een klier die onder de blaas gelegen is en de grootte heeft van een kastanje. De urine loopt vanuit de blaas door de prostaat en komt dan uit in de pisbuis, de urethra die door de penis loopt.

Meestal is prostaatkanker niet erg kwaadaardig, maar vaak wanneer deze op jongere leeftijd voorkomt is de kanker vaak ook agressiever en kwaadaardiger.

In de westerse wereld komt prostaatkanker erg vaak voor. Het is een typische ouderdomsziekte en het blijkt dat 80-100% van de mannen die overlijden na hun 80-ste, prostaatkanker hebben. Onder de veertig jaar komt de ziekte maar zelden voor,  maar is dan wel vaak veel agressiever.

Verschijnselen van prostaatkanker

Meestal geeft prostaatkanker pas laat verschijnselen. De eerste symptomen kunnen ontstaan door belemmering van de urineafvoer of door het optreden van uitzaaiingen, veelal naar de botten. Deze uitzaaiingen kunnen erg pijnlijk zijn. Maar prostaatkanker kan ook bij toeval worden ontdekt tijdens een prostaatoperatie wegens een goedaardige prostaatvergroting.

Oorzaken

Over de oorzaken van prostaatkanker is nog lang niet alles duidelijk. Zeer waarschijnlijk spelen hormonale verschijnselen een rol, maar vermoedelijk spelen ook milieufactoren en het westerse voedingspatroon een rol. Een recent onderzoek wijst uit dat ook overgewicht maar met name vetopslag in de buikholte, bepaald via de middel-heupomtrek ratio, een duidelijke risicofactor is voor prostaatkanker (update mei 2012). Ook begint duidelijk te worden dat diabetes mellitus (suikerziekte) een relatieve bescherming biedt tegen prostaatkanker (update mei 2013).

Incidentie

De incidentie van prostaatkanker neemt toe met de leeftijd. In Nederland komt de ziekte voor bij 70-80 op de 100.000 mannen, in de Verenigde Staten nog anderhalf maal zo frequent. Dit betekent dat in Nederland bij zo’n 6.500 mannen jaarlijks prostaatkanker wordt geconstateerd. Prostaatkanker is, na longkanker, de belangrijkste doodsoorzaak door kanker bij mannen: jaarlijks sterven er zo’n 2400 mannen aan.

Diagnostiek

De diagnose van prostaatkanker wordt gesteld door een combinatie van onderzoeken, die elk afzonderlijk maar een beperkte waarde hebben. Allereerst het rectaal toucher, waarbij de arts via anaal inwendig onderzoek de prostaat kan voelen. Echografie van de prostaat, meestal transrectaal (via de anus) maakt de prostaat zichtbaar. En via bepaling van het Prostaat Specifiek Antigeen (PSA) in het bloed kan niet alleen een prostaatkanker waarschijnlijk worden gemaakt, maar kan ook het beloop gevolgd worden. Toch is de PSA-bepaling niet altijd beslissend of er sprake is van prostaatkanker. Bij een lage waarde is prostaatkanker niet uitgesloten, en hoge waardes maken het voorkomen weliswaar waarschijnlijk, maar bewijzen niets. Daarom wordt het uiteindelijke bewijs altijd geleverd via punctie van de prostaat en onderzoek van de cellen. De gradiëring van de tumor wordt uitgedrukt volgens Gleason, waarbij een hoge score een slechtere differentiatie (rijping) van de cellen betekent. De kanker is dan agressiever.

Uitzaaiing treedt meestal pas vrij laat op naar de regionale lymfeklieren, die voornamelijk in de buikholte gelegen zijn. Maar uitzaaiing via het bloed is ook mogelijk en treedt meestal op naar de botten. Waarom is nog niet duidelijk. Niet zelden blijken de uitzaaiingen meer kwaadaardig dan de niet of nauwelijks groeiende prostaatkanker waaruit deze ontstaan zijn.

Er bestaat veel discussie over het nut van een regelmatige PSA-screening. De PSA kan namelijk incidenteel ook verhoogd zijn, bij voorbeeld na een fietstocht, seks of bij een prostaatontsteking. De globale tendens onder urologen is momenteel om niet regelmatig (jaarlijks of tweejaarlijks) de PSA te laten bepalen. Toch zijn er veel patiënten die dit wel willen.

Behandeling

In de eerste stadia heeft operatieve verwijdering van prostaat de voorkeur, maar het is afhankelijk van de Gleason score, het al dan niet aanwezig zijn van lymfeklieruitzaaiingen en de hoogte van de PSA voor welke behandeling wordt gekozen. Ook de leeftijd en levensverwachting van de patiënt speelt een rol: bij langzaam groeiende tumoren ontdekt na het zeventigste levensjaar is er veel minder reden om een agressieve behandeling in te zetten.

Naast operatief ingrijpen is ook bestraling mogelijk: zowel uitwendige bestraling als inwendige (via brachytherapie). Bij prostaatkankers met een geringe uitbreiding en kwaadaardigheid blijken de diverse ingrepen ongeveer dezelfde resultaten te hebben.

In het hoogste stadium, wanneer geen curatieve behandeling meer mogelijk is, wordt vaak overgegaan tot anti-hormonale behandeling, ook wel chemische castratie genoemd, waardoor gemiddeld nog een aantal jaren overleefd kan worden. Deze hormoontherapie heeft vaak de ongewenste bijwerkingen als impotentie, opvliegers, botontkalking en vervrouwelijking van het lichaam.

Tot enkele jaren geleden speelde chemotherapie nauwelijks een rol bij prostaatkanker omdat de tumorcellen weinig gevoelig zijn voor de traditionele chemo. Alleen bij hormoonresistente prostaatcarcinomen (waarbij anti-hormoontherapie dus niet werkt) werd soms chemotherapie toegepast. Inmiddels worden specifieke chemomiddelen als docetaxel en cabazitaxel (beide taxanen) als laatste behandeling toegepast. De gemiddelde levensverlenging met deze middelen is echter beperkt, gemiddeld rond de drie maanden, en de prijs ervan is hoog dus het is niet onmogelijk dat deze middelen in de nabije toekomst niet meer vergoed zullen worden (update mei 2012).

De behandeling van prostaatcarcinoom kan ingrijpende gevolgen hebben: blaas- en dus plasproblemen en vaker impotentie. Door bestraling schade aan de endeldarm.

Als prostaatkanker toevallig wordt ontdekt, zonder dat er klachten bestonden, kan ‘oplettend afwachten’ – een regelmatige controle op de tumorgroei door de uroloog – een goede keuze zijn, zeker gezien de vele bijwerkingen van de reguliere behandelingen. Voorwaarde voor de optie ‘oplettend afwachten’ is wel dat het gaat om een kleine, weinig agressieve tumor. Uit onderzoek weten wij inmiddels dat er weinig risico bestaat als er zorgvuldig wordt gecontroleerd maar de mannen ondertussen wel gevrijwaard zijn gebleven van de vervelende bijwerkingen van de ingrepen en jarenlang klachtenvrij hebben geleefd. In die tijd adviseren wij mannen in ieder geval hun voedingspatroon aan te passen (zie onze voedingsadviezen) en dagelijks voldoende lycopeen (rode kleurstof in tomaten en rode vruchten) en het mineraal selenium tot zich te nemen.

Tumorgerichte- en mensgerichte behandelingen

Het optimaal behandelen van kanker bestaat volgens het Nationaal Fonds tegen Kanker uit de combinatie van tumor- en mensgerichte behandelingen. Deze laatste groep van behandelingen zijn gericht op voeding, beweging en welzijn. Het NFtK zet zich in deze zorg vast onderdeel te laten zijn van het behandelplan. Deze kunnen bijdragen aan minder complicaties, minder bijwerkingen en vergroting van het succes van andere behandelingen en dragen daarmee bij aan een hogere levensverwachting met een betere kwaliteit van leven. Meer informatie vindt u op onze site

Resultaten

Bij tijdige ontdekking en een laag stadium is na operatie of bestraling een vijfjaars overleving van 80-90% mogelijk. Dit daalt naarmate het stadium hoger wordt en de mogelijkheid tot curatief ingrijpen wegvalt tot 10-20% in stadium vier. De algemene gezondheidstoestand van de patiënt blijkt vaak belangrijker voor de prognose dan de behandeling zelf.

Interessant

Bewegen bij prostaatkanker heeft positief effect op de overlevingskansen.

 

 

 

 

 

Op de hoogte gehouden worden van nieuwe ontwikkelingen?

Meld je aan voor de gratis nieuwsbrief
Aanmelden nieuwsbrief