De ziekte alvleesklierkanker

Alvleesklierkanker is een niet zo vaak voorkomende ziekte die vooral bij mensen boven de veertig optreedt, meestal pas na de zestig jaar. De kanker is vaak agressief, slecht behandelbaar en de overlevingskansen zijn gering. De meeste pancreaskankers liggen in de kop van de pancreas, bij de uitmonding in de darm. Maar ook elders in de pancreas kan een tumor ontstaan. Uitzaaiingen komen veel voor, vaak al in een vroeg stadium.

De  alvleesklier (of pancreas) is een langwerpige klier die boven in de buikholte ligt. De staart van de pancreas ligt tegen de milt aan en de kop ligt in de holte van de twaalfvingerige darm. De verteringssappen van de pancreas worden in de twaalfvingerige darm geloosd via de papil (uitmonding) van Vater. Via deze papil komt ook de gal in de darm, want de afvoerbuizen van pancreas en galblaas komen een paar centimeter voor de darm samen.

Verschijnselen

Door de beschermde ligging van de pancreas treden ziekteverschijnselen vaak pas in een gevorderd stadium op. Zit de kanker in de staart of het lichaam van de pancreas, dan zijn de eerste tekenen rugpijn diep in de rug, samengaand met eetlustvermindering en gewichtsverlies. De patiënt voelt zich moe, lusteloos en depressief.

Wanneer de tumor in de kop van de pancreas groeit, wordt vaak de uitgang van de galgang door de tumor of omgevende zwelling dichtgedrukt. Hierdoor kan de gal niet afgevoerd worden en ontstaat galstuwing. De galstoffen worden dan in het bloed opgenomen en de patiënt krijgt een gele huid. Geelzucht kan dus een teken van pancreaskanker zijn. Ook is dan een grote, overvolle galblaas voelbaar, tussen de lever en de kop van de pancreas. Omdat de gal niet meer aan de darm kan worden afgegeven, verteren bovendien vetten niet meer en wordt de ontlasting niet meer gekleurd. Lichte diarree die wittig grijs van kleur is, is daarom in combinatie met vage buikklachten en een pijnloze, gladde, grote galblaas een duidelijke aanwijzing voor mogelijke pancreaskanker. Dit kan echter ook op een galsteen berusten, die de afvoergang verstopt.

Oorzaken

Over het ontstaan van pancreaskanker is niet veel bekend. Met het klimmen der jaren neemt de kans op deze kanker toe. Roken en veel vlees en vet verhogen het risico. Ook blijkt 15% van de personen bij wie pancreaskanker wordt vastgesteld, diabetespatiënt te zijn. Omgekeerd kan pancreaskanker tot diabetesverschijnselen leiden, doordat de pancreas niet langer normaal functioneert. Een chronische pancreasontsteking (pancreatitis), vaak op basis van stevig alcoholgebruik, verhoogt ook de kans op alvleesklierkanker.

Het werken met in de petrochemische industrie gebruikte stoffen als benzidine en betanaphtylamine en langdurig contact met DDT leveren een verhoogde kans op het ontstaan van deze kanker op.

Incidentie

Pancreaskanker komt weinig voor. Een huisarts krijgt in zijn praktijk gemiddeld een keer per vijf jaar met een pancreaskankerpatiënt te maken. Vrouwen lopen iets meer kans dan mannen om de ziekte te ontwikkelen. In 1997 hadden per 100.000 mannen 7,9 personen deze kanker, terwijl bij vrouwen een aanwezigheid van 9,4 per 100.000 geconstateerd werd.

Diagnostiek

Verschijnselen als vage pijn in de bovenbuik, onverklaarbaar gewichtsverlies van wel 10% van het lichaamsgewicht en geelzucht kunnen duiden op pancreaskanker, maar dit hoeft niet. Een echografie is daarom nodig. Hiermee kan de omvang van pancreas, lever en galblaas goed vastgesteld worden. Maar of van een tumor sprake is, is ook dan nog niet zeker. Aanvullend onderzoek kan nodig zijn, zoals een CT-scan, endo-echografie, MRI of een ERCP (endoscopische retrograde cholangio- en pancreaticografie, het in beeld brengen van de galwegen en pancreasafvoergangen).

Behandeling specifiek

Wanneer de tumor nog niet is uitgezaaid, is operatieve verwijdering mogelijk. Zit de tumor in de kop van de pancreas, dan wordt deze verwijderd, inclusief het ermee verweven deel van de galgang en de bocht van de twaalfvingerige darm. De maag, de pancreas en de galgang krijgen alle een nieuwe ingang in de dunne darm. Deze complexe ingreep heet wel de operatie van Whipple en is met de huidige opsporingstechnieken in 20 tot 30% van de gevallen nog mogelijk. De laatste jaren wordt deze vooral in de pylorussparende variant uitgevoerd. Hierbij blijft de pylorus (maaguitgangkringspier) intact en ontstaan op de lange termijn minder complicaties. Van de op deze manier geholpen patiënten leeft na vijf jaar nog 15%. Beide operaties hebben een hoge postoperatieve sterfte, hoewel deze in bepaalde centra door veel ervaring gedaald is tot onder de vijf procent. Vraag dus altijd naar de ervarenheid bij dergelijke, technisch ingewikkelde ingrepen van het chirurgisch team.

Wanneer de pancreaskanker tot geelzucht leidt, kan een directe verbinding worden aangelegd tussen galgang en dunne darm. De geelzuchtverschijnselen verdwijnen dan snel, maar op de ontwikkeling van de tumor heeft deze ingreep uiteraard geen invloed. Het is nog niet duidelijk welke palliatieve ingreep de voorkeur verdient.

De gebruikelijke chemotherapie helpt niet, bestraling helpt alleen de pijn bestrijden. Nieuwe vormen van chemotherapie die mogelijk wel enige verbetering brengen, zijn momenteel volop in onderzoek. Het inspuiten van de plexus coelicacus – een zenuwknoop voor de darmen – met 50% alcohol helpt vaak om de pijn te verminderen.

Tumorgerichte- en mensgerichte behandelingen

Het optimaal behandelen van kanker bestaat volgens het Nationaal Fonds tegen Kanker uit de combinatie van tumor- en mensgerichte behandelingen. Deze laatste groep van behandelingen zijn gericht op voeding, beweging en welzijn. Het NFtK zet zich in deze zorg vast onderdeel te laten zijn van het behandelplan. Deze kunnen bijdragen aan minder complicaties, minder bijwerkingen en vergroting van het succes van andere behandelingen en dragen daarmee bij aan een hogere levensverwachting met een betere kwaliteit van leven. Meer informatie vindt u op onze site.

Resultaten

De overlevingskansen voor pancreaskanker zijn klein. De meeste patiënten overlijden binnen enkele maanden tot een jaar. Er is sprake van een weliswaar kortdurend, maar heftig lijden dat vaak gepaard gaat met pijn.

Na verwijdering van de tumor heeft 60% van de patiënten een levensverwachting van ten minste een jaar. Bij andere, tijdelijke ingrepen is deze éénjaarsoverleving 16% en zonder operatie minder dan 3%. Hoe vroeger de kanker ontdekt wordt, des te groter de kans op een gunstiger resultaat.

Onderzoek

Het NFtK financiert een onderzoek naar een nieuwe behandeltechniek (IRE) met behulp van NanoKnife bij mensen met een alvleesklierkanker gecombineerd met voedingsonderzoek. Dit onderzoek heet PANFIRE  waarbinnen PAN NUTRIËNT de voedingstoestand behandelt. DE PANFIRE studie is inmiddels afgerond. De resultaten hebben geleid tot een vervolgonderzoek dat begin 2018 zal starten. Het onderzoek Voeding bij alvleesklierkanker (Promzime) aan het VUmc moet zorgen voor een beter gebruik van enzymen door de behandelaren deskundigen (arts en diëtist). Het doel hierbij is een betere kwaliteit van leven en het vergroten van de overlevingskansen bij alvleesklierpatiënten.

Meer over alvleesklierkanker en dit onderzoek kunt u in de informatiefolder lezen.

Links

Op de hoogte gehouden worden van nieuwe ontwikkelingen?

Meld je aan voor de gratis nieuwsbrief
Aanmelden nieuwsbrief