Een melanoom is een woekering van de pigmentcellen, ofwel de melanocyten. Het melanoom gedraagt zich onvoorspelbaar en kent vaak agressieve uitzaaiingen, die kunnen ontstaan zodra de tumor door de opperhuid heen naar beneden in het bindweefsel is gegroeid.

Verschijnselen

Het eerste en vaak enige teken van een melanoom is een verandering van de huid of van een moedervlek. Het plekje groeit plotseling, verandert van vorm en wordt donkerder. Jeuk, bloedingen, zweren en nieuwe kleine plekjes rondom de veranderde moedervlek (satellieten) zijn ernstige aanwijzingen van een vorderend melanoom. Sommige melanomen hebben weinig of geen pigment (amelanotisch), waardoor ze extra moeilijk te herkennen zijn.

Oorzaken

De belangrijkste oorzaak van melanoom lijkt blootstelling aan te veel zonlicht in de jeugd te zijn of chronische irritatie van een moedervlek door bijvoorbeeld schurende kleding. Zonverbranding moet dus vermeden worden bij kinderen. Verbranding op latere leeftijd lijkt de kans op melanoom niet te doen toenemen, anders dan bij plaveiselcelcarcinoom. Een lichte, snel verbrandende huid, een groot aantal moedervlekken en het vóórkomen van melanoom in de familie leveren een verhoogd risico op.

Incidentie

Het aantal gevallen van melanoom neemt snel toe de laatste twintig jaar. Tegenwoordig worden er ruim 7000 nieuwe gevallen per jaar gemeld. Vooral mensen met weinig pigment lopen deze ziekte op.

Diagnostiek

De diagnose begint met verwijdering van de verdachte plek voor nader onderzoek. Gaat het om een voorstadium van melanoom, dan is regelmatige controle van de huid voldoende. Dit kan de huisarts doen, maar patiënten kunnen na enige instructie ook zelf op veranderingen alert zijn.

Behandeling

De diagnose vormt in feite het begin van de behandeling, omdat het hele melanoom verwijderd wordt. De aanstichter is daarmee verdwenen en vervolgens kan de dikte en daarmee de doorgroei in de huid worden vastgesteld. De patholoog-anatoom stelt aan de hand van het weggenomen weefsel vast of het hele melanoom is verwijderd en of alle snijvlakken ‘schoon’ zijn. Zo niet, dan wordt een ruimer gedeelte van de huid alsnog verwijderd. Als het zeker is dat het om een melanoom gaat, dan wordt direct een ruime excisie (uitsnijding) verricht.

Om in geval van een melanoom vast te stellen of er uitzaaiingen zijn naar het lymfestelsel, wordt de schildwachtklier gezocht, de eerste plaatselijke lymfeklier waarin uitzaaiingen kunnen optreden. Zolang deze klier geen veranderingen vertoont, dan is de kans op uitzaaiingen nog erg klein. Bevat de schildwachtklier wel kankercellen, dan wordt het cluster van lymfeklieren waar de schildwachtklier deel van uitmaakt, meestal in de oksel of de lies, operatief verwijderd.

Uitzaaiingen via het bloed zijn moeilijk op te sporen, omdat ze overal kunnen zitten en zich vaak pas na verloop van tijd kenbaar maken. De huid, de longen en de lever kunnen relatief eenvoudig gecontroleerd worden, maar overige uitzaaiingen zijn zonder directe klachten nauwelijks waarneembaar. Wel opvallend zijn de kleine en pijnlijke gezwellen tussen het melanoom en de schildwachtklier.

Bij melanomen van armen of benen is soms een regionale perfusie (plaatselijke doorstroming) behandeling met cytostatica mogelijk. Hierbij wordt na isoleren van de bloedsomloop alleen het betrokken lichaamsdeel met hoge doseringen cytostatica behandeld, waardoor vaak een complete remissie valt te bereiken. Het effect is echter zelden blijvend.

Bij uitzaaiingen is genezing niet meer mogelijk en valt niet te voorspellen hoe snel en op welke wijze de ziekte verloopt. Ernstige klachten kunnen reden zijn voor chirurgisch ingrijpen, maar dit betekent slechts tijdelijke verlichting. Bestraling en chemotherapie kunnen eveneens een tijdelijke verbetering opleveren, afhankelijk van de plaats van de uitzaaiing. Hoopvol is de recente ontwikkeling van nieuwe vormen van behandelingen met zogenaamde immunotherapieën. Lange termijn effecten zijn echter nog niet duidelijk. Ook zijn deze behandelingen niet zonder bijwerkingen. Het is zeer zinvol vooraf, tijdens en na deze behandeling te werken aan een zo goed mogelijke conditie (voeding, beweging en welzijn).

Tumorgerichte- en mensgerichte behandelingen

Het optimaal behandelen van kanker bestaat volgens het Nationaal Fonds tegen Kanker uit de combinatie van tumor- en mensgerichte behandelingen. Deze laatste groep van behandelingen zijn gericht op voeding, beweging en welzijn met als doel de conditie/fitheid vast te houden of te verbeteren. Het NFtK zet zich in om deze zorg vast onderdeel te laten zijn van het behandelplan. Deze dragen aantoonbaar bij aan minder complicaties, minder bijwerkingen en vergroting van het succes van andere behandelingen en zorgen daarmee voor een hogere levensverwachting met een betere kwaliteit van leven. Meer informatie vindt u op onze site.

Resultaat

Het resultaat van de behandeling is van vele factoren afhankelijk. De fase van de tumor en de algehele conditie spelen daarbij een belangrijke rol.

Onderzoek naar het verbeteren van de fitheid die bijdragen aan een Langer Beter Leven voor mensen met huidtumoren is nog steeds hard nodig. U kunt daarbij helpen. Steun ons.

 

Op de hoogte gehouden worden van nieuwe ontwikkelingen?

Meld je aan voor de gratis nieuwsbrief
Aanmelden nieuwsbrief