De ziekte

De eierstokken (ovaria, enkelvoud ovarium) zijn twee organen die in de buikholte liggen, aan weerszijden van de baarmoeder (uterus). Zij zijn normaliter slechts enkele centimeters groot. Onder invloed van hormonen uit de hypofyse (het hersenaanhangsel) produceren zij de vrouwelijke hormonen progesteron en oestrogeen (waarvan er drie soorten bestaan). Tevens bevatten zij de eicellen, die onder invloed van de vrouwelijke hormonen tot volledige rijping komen tijdens de vruchtbare jaren. In negen van de tien gevallen ontstaat eierstokkanker (ovariumcarcinoom) in de buitenste laag van het ovarium. Eierstokkanker kan zich lange tijd ongemerkt ontwikkelen, omdat de eierstokken betrekkelijk vrij onder in de buikholte liggen en zwellingen dus niet snel tot klachten leiden. De tumor kan doorgroeien naar de baarmoeder, darmen, blaas en urineleiders. Ook uitzaaiing over het buikvlies, met een wijdvertakt patroon van kleine zwellingen, komt voor. Verspreiding via het lymfestelsel trekt eerst naar de nieren. Verspreiding via het bloed treedt niet zo vaak op. Hoewel uitzaaiingen verderop in het lichaam weinig voorkomen, kan deze silent killer al de hele buikholte hebben aangetast voordat de diagnose gesteld wordt. Dan is er erg weinig kans op genezing meer.

Verschijnselen van eierstokkanker

Uitzaaiingen op het buikvlies kunnen tot vochtophoping (ascites) leiden, waardoor de buik dikker wordt en opzwelt. Een grote tumor kan druk op darm en blaas uitoefenen, waardoor problemen met ontlasting of plassen kunnen ontstaan. Verder komen algemene klachten als moeheid en vage misselijkheid, geen eetlust en gewichtsverlies voor. Niets wat bij uitstek wijst op deze vorm van kanker, dus. De belangrijkste klachten bij vrouwen boven de 40 jaar zijn vage buikklachten en/of opgezette buik en abnormaal bloedverlies.

Oorzaken

De precieze oorzaken van eierstokkanker zijn onbekend. Wel is vast te stellen dat eierstokkanker meer voorkomt bij vrouwen zònder kinderen dan met kinderen. Vermindering van het aantal eisprongen (ovulaties) gedurende het leven lijkt een beschermend effect te hebben, evenals bij borstkanker. Het risicoprofiel lijkt ook op dat van borstkanker. Vrouwen met de erfelijke aanleg voor borst- en eierstokkanker met het BRCA1 of BRCA2 gen lopen een veel groter risico tot het ontwikkelen van eierstokkanker. Wanneer in een familie meerdere vrouwen op jonge leeftijd eierstok- of borstkanker ontwikkelen is het noodzakelijk om alle vrouwelijke familieleden regelmatig te controleren en genetisch onderzoek wordt dan aanbevolen. Komt er bij controle eierstokkanker uit dan is het eveneens noodzakelijk om op borstkanker te controleren omdat men dan ook een verhoogd risico op het ontwikkelen van borstkanker loopt.

Er komen steeds meer aanwijzingen voor dat het gebruik van hormoonsubstitutietherapie (afgekort: hormoontherapie) tijdens en na de overgang de ontwikkeling van eierstok- en borstkanker kan bevorderen. Voor het gebruik van ‘de pil’ tijdens de vruchtbare levensperiode zijn de bewijzen veel minder duidelijk.

Incidentie

Jaarlijks wordt bij een kleine 1500 vrouwen eierstokkanker vastgesteld. De meeste patiënten zijn ouder dan 55 jaar. Maar ook bij vrouwen op jongere leeftijd kan eierstokkanker ontstaan, dit is dan dikwijls de familiaire vorm, vaak met een zeer agressief verloop.

Diagnose

Een eerste onderzoek bestaat uit uitwendig onderzoek van de buik en inwendig onderzoek van vagina en endeldarm. Vervolgens wordt met echografisch onderzoek van buitenaf en via de vagina een beeld verkregen van plaats en omvang van de tumor. Via bloedonderzoek wordt de aanwezigheid van de stof CA-125 getest, die in 80% van de gevallen verhoogd is. Deze wordt door de aangetaste eierstok(ken) geproduceerd en het vóórkomen ervan geeft dus een beeld van de ernst van de tumor, wat ook bij de behandeling van belang is. CT-scan en/of MRI worden regelmatig toegepast. Daarna wordt met een kijkoperatie of een buikoperatie de verspreiding in de buik bekeken en kunnen soms tegelijkertijd tumoren worden weggehaald.

Behandeling

Zolang er nog geen uitzaaiingen buiten de buikholte zijn, is een buikoperatie mogelijk. Daarbij wordt zoveel mogelijk aangetast weefsel weggehaald en in elk geval de eierstokken en vaak ook de eileiders, baarmoeder en lymfeklieren verwijderd. Het is een lange en zware operatie, gevolgd door chemotherapie en bestraling om de laatst achtergebleven cellen te vernietigen. Hoe minder cellen achterblijven, hoe groter de kans dat deze aanvullende behandeling succes heeft.

Tot voor enkele jaren geleden gold dat er altijd een aanvullende chemobehandeling werd gegeven. Op grond van onderzoeksresultaten kan nu worden vastgesteld dat bij vrouwen na een chirurgische behandeling in een vroeg stadium van de ziekte waarbij er geen uitzaaiingen zijn geconstateerd en een gunstige stagering, dat dan de belastende chemobehandeling achterwege zou kunnen blijven. (NTvG –2004-874-878).

Aanvullende radiotherapie wordt soms als een pijnbestrijdende behandeling gegeven.

Tumorgerichte- en mensgerichte behandelingen

Het optimaal behandelen van kanker bestaat volgens het Nationaal Fonds tegen Kanker uit de combinatie van tumor- en mensgerichte behandelingen. Deze laatste groep van behandelingen zijn gericht op voeding, beweging en welzijn. Het NFtK zet zich in deze zorg vast onderdeel te laten zijn van het behandelplan. Deze kunnen bijdragen aan minder complicaties, minder bijwerkingen en vergroting van het succes van andere behandelingen en dragen daarmee bij aan een hogere levensverwachting met een betere kwaliteit van leven. Meer informatie vindt u op onze site

Resultaten

Het succes van een operatie is sterk afhankelijk van het stadium waarin de ziekte tijdens de ontdekking verkeerde. Wanneer alleen in de eierstokken tumoren zijn aangetroffen, is de kans op genezing 90 procent. Bij uitzaaiingen buiten de buikholte is die kans veel kleiner. De gemiddelde vijfjaars overleving bedraagt 35 procent.

Het wegnemen van de eierstokken heeft de overgang tot gevolg, met alle ongemakken die daarbij horen. Het wegnemen van slechts één eierstok heeft echter geen gevolgen voor vruchtbaarheid en menstruatie. De functie van de weggenomen eierstok wordt door de overgebleven eierstok overgenomen.

Ook heeft het verwijderen van (een deel van) de geslachtsorganen soms grote invloed op de mogelijkheid om geslachtsgemeenschap te hebben en op de beleving daarvan.

Op de hoogte gehouden worden van nieuwe ontwikkelingen?

Meld je aan voor de gratis nieuwsbrief
Aanmelden nieuwsbrief