De dikke darm

De menselijke darm is zo’n zeven meter lang en loopt van de keelholte tot aan de anus. De darm bestaat achtereenvolgens uit de slokdarm, de maag, de dunne darm, bestaande uit de twaalfvingerige darm (duodenum) en rest van de dunne darm (jejunum en ileum) en tenslotte de dikke darm die bestaat uit het coecum, de dikke darm in eigenlijke zin (colon), het sigmoïdeum (kronkeldarm) en dan de endeldarm (rectum). De blinde darm, eigenlijk het wormvormig aanhangel (appendix) zit vast aan het eerste deel van de dikke darm, het coecum.

Het langste onderdeel van de darm is de dunne darm. Deze verloopt ook het meest gekronkeld en ligt ongeveer midden in de buik achter het gebied rond de navel. In de darm worden voedingsstoffen opgenomen, meestal na eerst verteerd te zijn en ook een aantal afvalstoffen uitgescheiden (via de gal). Ook vormt de darm een belangrijk deel van ons afweerstelsel, ons immuunsysteem, vermoedelijk zo’n 70 tot 80 procent. Er wonen dan ook 200 tot 500 – sommige wetenschappers denken aan diverse duizenden – soorten bacteriën in onze darm, en onze darmen bevatten ruimschoots meer bacteriën dan het aantal cellen in het menselijk lichaam en bij elkaar vaak meer dan een kilo zwaar. De meeste ervan wonen in de dikke darm.

In de darmen worden per dag vele liters spijsverteringssappen uitgescheiden. In de maag wordt het zure maagsap toegevoegd, dat in de twaalfvingerige darm weer geneutraliseerd wordt door voornamelijk alvleeskliersappen. Hier komt ook de gal uit de lever (via de galblaas) bij de voedselbrij. In de dunne darm vindt de vertering van het voedsel plaats en worden de meeste voedingsstoffen opgenomen. De dikke darm verwijdert vooral vocht en zorgt dat de restanten van de spijsvertering ingedikt worden tot ontlasting. Deze wordt in de endeldarm opgeslagen en geregeld uitgescheiden.

Officieel geldt dat eenmaal per drie dagen tot driemaal daags ontlasting hebben nog normaal is. Maar er komen steeds meer bewijzen voor dat minstens eenmaal per dag toch duidelijk beter is. De afvalstoffen blijven dan minder lang in de darm en kunnen daar minder schade aanrichten.

De ziekte dikke darmkanker

Dikke darmkanker is een veel voorkomende ziekte, die het meest optreedt in het laatste deel van de dikke darm (het colon) en in de endeldarm (het sigmoïd en het rectum). De ziekte ontstaat in het slijmvlies van de darmwand en groeit vandaar door in de darmwand, door de spieren heen en vervolgens in de buikholte. Uitzaaiingen komen vaak het eerst in de lever voor, omdat het darmstelsel zijn bloed via de lever afvoert. Uitzaaiing via de lymfevaten kan ook: eerst via de buiklymfeklieren, vervolgens naar bovengelegen stations en vervolgens via het bloed. Maar directe uitzaaiing, via doorgroei door de wand en dan uitgroei van tumorcellen op en in de organen in de buikholte en het buikvlies kan ook voorkomen.

De behandelmogelijkheden zijn afhankelijk van het stadium van de kanker en in mindere mate van de plaats waar deze zich in de darm ontwikkelt. Zoals bij veel kankers van de spijsverteringsorganen geldt ook hier dat tumoren vaak vrij lang ongestoord en zonder klachten te veroorzaken, kunnen groeien en de eerste serieuze klachten pas in een laat stadium optreden. Driekwart van de dikke darmkankers zit in de laatste 40 centimeter en deze zijn daarom gemakkelijk op te sporen met endoscopie (rectoscopie, sigmoïdoscopie en coloscopie).

Verschijnselen van dikke darmkanker

De klachten zijn afhankelijk van de plaats waar de tumor zich bevindt. In het eerste deel van de dikke darm is de inhoud nog vrij dun en leidt een tumor zelden tot verstopping. Hier zijn de symptomen vermoeidheid en duizelingen door bloedverlies, een overgevoelige plek in de buik en algemene, vage buikklachten.

Verderop in de darm wordt de inhoud steeds vaster en treedt vaker verstopping op. Loze aandrang, het gevoel dat er iets uit moet zonder dat ontlasting geproduceerd kan worden, kan een teken zijn van een tumor in de endeldarm, dicht bij de anus. Ook bij deze vorm van kanker kunnen verschijnselen van bloedarmoede optreden. Verlies van bloed en slijm bij de ontlasting kan een teken van kanker zijn, ook als men last van aambeien heeft wat veelal al tot bloedverlies van of uit de anus leidt.

Omdat darmkanker moeilijk in een vroeg stadium op te sporen is, verdient het aanbeveling de eigen ontlasting altijd in de gaten te houden en op verandering (van frequentie, vorm en consistentie, kleur en bijmenging van bloed of slijm te controleren. Zwarte ontlasting is vaak een teken van bloeding hogerop in de darm. Ook langdurige vermoeidheid en bloedarmoede door ijzergebrek kan een aanleiding zijn voor een uitgebreid darmonderzoek omdat soms een tumor in het darmkanaal een oorzaak kan zijn. Pijn is vaak pas een laat symptoom.

Oorzaken

Naast ongezonde voedings- en leefgewoonten, waarin overgewicht, roken en alcohol, een zittend leven en weinig vezelrijk voedsel een belangrijke rol spelen, is een tweetal oorzaken aanwijsbaar voor het ontwikkelen van kanker in de dikke darm. Allereerst leiden chronische ontstekingen en poliepen tot een aanmerkelijk verhoogde kans op kanker. Chronische ontstekingen zijn vaak de ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa. Als deze langdurig bestaan (langer dan 10 jaar) is het risico op darmkanker duidelijk verhoogd. In het slijmvlies ontstaan soms goedaardige gezwellen die tot kwaadaardige tumoren kunnen uitgroeien. Omdat niet te zeggen valt of en wanneer een poliep zich tot een tumor ontwikkelt, is verwijdering raadzaam. Dit gebeurt vaak direct tijdens een endoscopie.

Goede voeding [link naar voedingsadviezen] met veel vezels uit groente, fruit, calcium, volkoren en meergranen brood verlagen de kans op het ontstaan van darmpoliepen door het hoge gehalte aan polyfenolen.

Een grote Nederlandse cohortstudie geeft de aanwijzing dat voldoende magnesium inname ook een bescherming tegen darmkanker lijkt te bieden. Mensen die echt veel groente eten (maar dan 350 gram per dag) zouden hierdoor een voordeel hebben.

In 15% van de gevallen is er sprake van veelvuldig in een familie voorkomende dikke darmkanker. Tweederde hiervan betreft een min of meer toevallig verschijnsel, maar het andere derde deel (dus 5% van het geheel) is een erfelijke vorm van dikke darmkanker die zowel door mannen als vrouwen overdraagbaar is. Minstens de helft van de kinderen is drager van het gen en de kans op het ontwikkelen van dikke darmkanker is groot. De belangrijkste erfelijke kankers zijn familiaire adenomateuze polyposis (FAP), waarbij het ontwikkelen van poliepen erfelijk is; en hereditair non-polyposis colorectaal carcinoom (HNPPC) tegenwoordig ook wel Lynch-syndroom genoemd, waarvan de dragers een kans van ruim 80% op dikke darmkanker hebben en meer dan 30% op baarmoederkanker. Voor dragers van een van deze aandoeningen is regelmatige controle van levensbelang. Indien er in families veel darmkanker voorkomt dan raden wij alle familieleden een nadere screening te laten doen om de persoonlijke risicofactor te laten vaststellen.

Incidentie

Dikke darmkanker komt vrij veel voor. Jaarlijks wordt bij ruim 9000 mensen kanker in de dikke darm vastgesteld, bij mannen even vaak als bij vrouwen. De kans dat iemand voor zijn 75ste deze ziekte krijgt, is ongeveer vier procent.

Diagnostiek

Na een eerste lichamelijk onderzoek volgt bloed- en ontlastingsonderzoek en vervolgens een endoscopie via de anus waarbij ook een weefselpunctie verricht kan worden. Dan worden er röntgenfoto’s gemaakt of een CT-scan of een MRI-scan waarbij gekeken wordt of er uitzaaiingen zijn in omringende organen, lymfeklieren of de lever. Ook wordt soms gebruik gemaakt van een endo-echoscopie (via de anus).

Behandeling

De beste behandeling van een tumor in de dikke darm is operatieve verwijdering. Wanneer de tumor nog niet is uitgezaaid dan is genezing mogelijk. Het aangetaste deel van de darm wordt verwijderd en de uiteinden weer aan elkaar gehecht. Ook wanneer de tumor in een gevorderd stadium is, kan verwijdering nodig zijn, bijvoorbeeld om het gevaar van totale afsluiting of een gat in de darmwand weg te nemen. Is herstel van de verbinding niet mogelijk, dan is een stoma noodzakelijk. Dat is een opening naar buiten, via de buikwand. Dit komt vooral bij de tumoren die in het laatste gedeelte van de dikke darm liggen.

Met bestraling en chemotherapie kunnen de gezwellen verkleind worden. Dit geeft verlichting en het kan ook gebruikt worden om een operatie beter mogelijk te maken. Bestraling is alleen zinvol indien de tumor zich in of nabij de endeldarm bevindt. Genezend zijn deze behandelmethoden niet.

Daarnaast krijgen veel darmkankerpatiënten bij het voortschrijden van de ziekte te maken met uitzaaiingen naar de lever. Radicale chirurgische verwijdering van deze uitzaaiingen geeft de beste kansen. Dit is echter niet altijd mogelijk. Tegenwoordig biedt in dergelijke gevallen een aantal ziekenhuizen radiofrequente ablatie (RFA) aan. Dit is een techniek waarbij met een zeer hete naald zeer plaatselijk de tumor wordt behandeld. In Nederland wordt tot nu toe deze techniek alleen toegepast op patiënten die niet meer kunnen worden geopereerd. In het buitenland wordt RFA ook in een eerder stadium van de ziekte toegepast en daar zijn er betere resultaten mee bereikt dan tot nu toe in Nederland. Een mogelijk veelbelovende behandeling is immunotherapie, maar hiermee is nog niet voldoende ervaring om dit met zekerheid te kunnen zeggen.

In Duitsland worden in enkele klinieken leveruitzaaiingen behandeld met transarteriële chemo-embolisatie (TACE ) en met Laser Induced Thermo-therapie (LITT). Dit zijn veelbelovende maar technisch lastige ingrepen die wel levensverlengend kunnen zijn. In Nederland wordt TACE alleen toegepast bij primaire levertumoren, in Duitsland soms ook bij een of meer uitzaaiingen van (dikke) darmkanker. Gezien de goede resultaten hiervan in Duitsland zal dit in Nederland ook wel komen, op termijn.

Tumorgericht en mensgerichte behandelingen

Het boeken van gezondheidswinst voor mensen met darmkanker een zaak is van behandelaars en patiënt samen. De kankerzorg zou, meer dan nu het geval is, naast de tumorgerichte aanpak zoals maag-, darm- en leverarts en de chirurg aanvullende zorgdisciplines rond de patiënt moeten opstellen. Denk bij deze mensgerichte behandelingen aan de in oncologie gespecialiseerde fysiotherapeut en diëtist.
Maar ook de huisarts kan in het proces met de patiënt meedenken en mentale ondersteuning bieden. En, zeker niet in de laatste plaats, is er de patiënt zelf. Hij of zij kan, gesterkt door alle omringende steun, de keuze maken actief deelnemer te worden in zo’n conditieverbeteringsprogramma om zich zo beter voor te bereiden op de operatie.

Harm Kuipers werd in 2011 getroffen door slokdarmkanker. Kuipers verdiepte zich uitgebreid in de ziekte en deelt zijn ervaringen en kennis graag met anderen. Hier legt hij uit hoe een juiste voedingskeuze kan helpen bij darmklachten door bestraling.

Resultaten

Zolang er geen of in elk geval geen onbehandelbare uitzaaiingen zijn, zijn de vooruitzichten bij dikke darmkanker redelijk. Echter op het moment dat er bijvoorbeeld uitzaaiingen in de lever worden geconstateerd, nemen de kansen op langdurige overleving snel af.

Let als patiënt zelf goed op medische controles na afloop van een behandeling. Neem zelf de verantwoordelijkheid voor deze controles. Ook voor mensen met een familiaire aanleg voor het ontwikkelen van poliepen moeten wij aandringen op regelmatige controles. Vroeg ingrijpen kan veel ellende voorkomen.

 

  • Leest u onze informatiefolder over darmkanker.
  • Fit to fight darmkanker is een speciaal ontwikkeld programma aan het Maxima Medisch Centrum te Veldhoven gericht op het verminderen van de complicaties bij een darmkankeroperatie. Het NFtK steunt dit onderzoek.

Op de hoogte gehouden worden van nieuwe ontwikkelingen?

Meld je aan voor de gratis nieuwsbrief
Aanmelden nieuwsbrief