De ziekte

De blaas ligt onderin in de buik. Hier wordt de urine verzameld die via de urinebuizen, de ureters, uit de nieren komt. Lozing van urine gebeurt via de plasbuis, de urethra. Blaaskanker ontstaat meestal vanuit het slijmvliesweefsel (urotheel) van de binnenbekleding van de blaas. De tumor breidt zich langs de oppervlakte verder uit, maar kan ook in de diepte groeien, door de blaaswand heen. Met de groei in de diepte beginnen ook de uitzaaiingen. Via het lymfestelsel komen uitzaaiingen in de lymfeklieren in het bekken terecht, via het bloed zaait deze kanker vooral naar longen, lever en botten uit.

Verschijnselen

Blaaskanker leidt aanvankelijk niet of nauwelijks tot klachten. De eerste aanwijzingen zijn meestal bloed in de urine en vaker plassen of pijn bij het plassen. Maar dit kunnen evengoed symptomen van onschuldiger ontstekingen en aandoeningen zijn.

Oorzaken

Ruim een derde van alle blaaskankers valt terug te voeren op roken. Ook mensen die veel in aanraking zijn geweest met kankerverwekkende chemische stoffen zoals aromatische aminen (vroeger veel gebruikt in textiel- en verfindustrie) hebben een groter risico op blaaskanker. Ook kan een erfelijke aanleg een rol spelen, indien bij meerdere eerstegraads familieleden.

Bij zowel roken als bij blootstelling aan andere kankerverwekkende stoffen komen er schadelijk stoffen in de urine terecht. Dat gaat via het bloed en de nieren. Deze filteren het bloed en maken zo urine aan. De schadelijke stoffen in de urine kunnen een rol spelen bij het ontstaan van blaaskanker.

Incidentie

In 2018 kregen 6.800 mensen de diagnose blaaskanker. Bij mannen komt dit 3 maal meer voor dan bij vrouwen. Dit wordt met name verklaard door het verschil in rookgedrag van enkle tientallen jaren geleden. 85% van alle mensen is ouder dan 60 jaar. het meest voor bij oudere mannen. Jaarlijks worden 2500 nieuwe gevallen geregistreerd. Het is de op vier na meest voorkomende kanker bij mannen.

Diagnostiek

Onderzoek naar kankercellen en bloedsporen in de urine (urinecytologie) geeft een eerste indruk, maar hoe groot de tumor is en waar deze zich precies bevindt, is dan nog niet duidelijk. Daarom wordt aanvullend met een cystoscoop via de plasbuis in de blaas gekeken, waarbij tevens wat weefsel voor onderzoek wordt weggenomen. Met röntgenfoto’s worden de urinewegen onderzocht, meestal na inspuiting met een contrastmiddel (dit heet een IVP, een intraveneus pyelogram) en met een echografie en een CT-scan kan de verdere uitbreiding bekeken worden. Soms worden ook een MRI en een botscan gemaakt.

Behandeling specifiek

Is er een voorstadium van kanker aangetoond, dan kan de blaas met cytostatica gespoeld worden, een relatief weinig belastende vorm van chemotherapie. Groeit de tumor op de wand van de blaas, dan kan met de cystoscoop het aangetaste weefsel worden weg geschraapt met een soort elektrische mes (TUR – trans urethrale resectie van de tumor – via de plasbuis) of met laserstralen behandeld worden. Na een TUR wordt de blaas soms gespoeld met tussenpozen van 6 tot 8 weken met BCG-vloeistof, het vaccin tegen tuberculose. Dit is een vorm van immunotherapie die de blaaswand aanzet tot een sterkere afweerreactie. Hoewel niet zonder bijwerkingen heeft deze behandeling wel een profylactische waarde bij sommige patiënten. Groeit de tumor eenmaal de diepte in, dus door de blaaswand heen, dan is een zwaardere operatie noodzakelijk. De blaas en de omringende lymfeklieren worden verwijderd en de patiënt krijgt een urinestoma of er wordt een blaasvervangende operatie uitgevoerd. Zolang de tumor niet buiten de blaas groeit, kan hiermee genezing bereikt worden. Bij uitzaaiing helpt deze ingreep het ziekteproces slechts te vertragen. Aanvullend kunnen bestraling en chemotherapie worden gegeven. Chemotherapie wordt meestal alleen als palliatieve behandeling gegeven.

In plaats van de volledige blaas te verwijderen is het ook mogelijk om bij kleine blaastumoren brachytherapie toe te passen. Bij kleine tumoren zijn de resultaten gelijk en heeft men niet het nadeel van een kunstmatige uitgang (catheter).

Overleving

Patiënten met oppervlakkige blaastumoren hebben een grote kans op genezing. Meer dan 90% leeft nog 5 jaar na de diagnose. Zijn er spierinvasieve tumoren dan is de uitkomst gemiddeld slechter. Meer dan de helft is 5 jaar na de diagnose overleden. De prognose met gevorderde blaaskanker is voor alsnog slecht. Na 5 jaar is slechts 1 op de 10 van deze patiënten nog in leven.
Het is belangrijk om te beseffen dat bovenstaande gegevens gemiddelde zijn van groepen patiënten deze zijn niet altijd te vertalen naar een individuele mens.

Andere effecten die een aantoonbaar effect hebben op overleving en kwaliteit van leven zijn de lichamelijke en geestelijke conditie. Een fitte patiënt kan veel meer verdragen, zal minder geconfronteerd worden met bijwerkingen en complicaties en sneller herstellen.

Meer informatie

  • Meer informatie vindt u op onze site. Ook is het mogelijk om de informatie die wij beschikbaar stellen te volgen door het aanvragen van de nieuwsbrief. Het Nationaal Fonds tegen Kanker zet zich in om voeding, beweging en welzijn vast onderdeel te laten worden van de zorg voor mensen met kanker. Naast voorlichting maken we patiëntgerichte projecten en wetenschappelijk onderzoek mogelijk. Hier kunt u zien welke projecten er zijn.
  • IKNL Folder Integraal kankercentrum Nederland IKNL. Belangrijke cijfers over blaaskanker. Een overzicht van het voorkomen, de behandeling en overleving van blaaskanker, gebaseerd op cijfers uit de Nederlandse Kankerregistratie:

 

Op de hoogte gehouden worden van nieuwe ontwikkelingen?

Meld je aan voor de gratis nieuwsbrief
Aanmelden nieuwsbrief