Baarmoederhalskanker

Baarmoederhalskanker (cervixcarcinoom) en baarmoederkanker (endometriumcarcinoom) zijn twee totaal verschillende kankers, niet alleen vanwege de lokalisatie maar ook door de wijze van ontstaan. Na borstkanker is baarmoederhalskanker de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. Door bevolkingsonderzoek bij vrouwen tussen 30 en 60 jaar (elke vijf jaar) en eigen initiatief van jongere of oudere vrouwen die bij hun arts om een uitstrijkje vragen, is in Nederland het aantal gevallen van vrouwen met baarmoederhalskanker de afgelopen vijftig jaar tot de helft gedaald. Momenteel worden jaarlijks ongeveer 750 ziektegevallen gemeld, meestal bij vrouwen tussen 35 en 40 jaar. Niet iedereen doet overigens mee aan het bevolkingsonderzoek. Als iedereen mee zou doen zouden er minder mensen overlijden aan deze aandoening.

Ontstaan

Baarmoederhalskanker ontstaat meestal in de buitenste laag cellen, het slijmvlies,  van het gedeelte van de baarmoederhals dat in de vagina uitsteekt. Dit gedeelte wordt de portio genoemd. Het kan vele jaren duren voordat onrustige cellen zich tot een tumor ontwikkelen. De mate van onrust van de cellen worden uitgedrukt in de uitslag van de PAP-uitstrijk: hoe hoger het getal hoe onrustiger de cellen zijn. Onrustige cellen kunnen ook weer verdwijnen en jarenlang niet terugkeren. Veelal echter leiden deze abnormale cellen zonder dat er iets aan wordt gedaan uiteindelijk tot kanker. Na de eerste ontwikkeling van kankercellen in de baarmoederhals groeit de tumor door in de vagina en in en om de baarmoeder. Verdere doorgroei vindt plaats in blaas en endeldarm, uitzaaiing is er naar de lymfeklieren en via het bloed naar lever, longen en botten.

Verschijnselen

Een tumor van de baarmoederhals geeft vaak bloed af bij aanraking, waardoor bloedverlies na de geslachtsgemeenschap een verdacht teken is. Maar ook op andere momenten kan er ongewoon bloedverlies zijn, soms niet meer dan wat bruinige veegjes. Controle door een arts is dan aanbevolen. Ook vrouwen in en na de overgang die langer dan een jaar niet hebben gemenstrueerd moeten bij bloedverlies – ook al is het maar weinig – dit door een arts laten controleren.

Oorzaken

Het humaan papillomavirus (HPV) is een seksueel overdraagbaar virus dat in 97% van de gevallen de (hoofd)oorzaak voor het ontwikkelen van baarmoederhalskanker is. Door condoomgebruik en goede hygiëne kan dit virus worden voorkomen. Er bestaat voor jonge meisjes een vaccinatie voor de preventie van baarmoederhalskanker. Deze vaccinatie moet echter worden gegeven alvorens de meisjes seksueel actief worden. Deze vaccinatie beschermt tegen vier van de meest voorkomende HPV-stammen waardoor zo’n 60 procent van de HPV-infecties voorkomen kunnen worden. De vaccinatie is overigens niet zonder risico: er zijn ernstige zij het zeldzame bijwerkingen gemeld. Van de lange termijn gevolgen van de vaccinatie is nog niets bekend.

Van de anticonceptiepil is tot nu toe niet bewezen dat deze direct baarmoederhalskanker kan veroorzaken. Indirect is er wel meer kans, doordat de kans op HPV-infectie toeneemt door vrijen zonder condoom.

Ook roken verhoogt de kans op baarmoederhalskanker enigszins.

Diagnostiek

Het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker helpt het aantal ziektegevallen sterk verminderen. Via het vijfjaarlijkse uitstrijkje (PAP-smear) kunnen onrustige cellen bijtijds opgespoord worden. Zijn die aangetoond, dan is nader onderzoek nodig. Naast de PAP kleuring van de uitstrijk zijn er inmiddels ook andere score-instrumenten om de kwaadaardigheid van baarmoederhalscellen te kunnen indelen: Cervicale Intra-epitheliale Neoplasie (CINJ) en de KOPAC-B klassificatie. Blijkt er sprake van kanker te zijn, dan wordt met röntgenfoto’s, echoscopie en CT-scans de uitbreiding vastgesteld. Recent is, evenals bij borstkanker, geconstateerd dat preventief onderzoek zoals de PAP-uitstrijk ook soms tot onnodig medisch handelen kunnen leiden. Zolang echter de onderzoeksresultaten nog gunstige resultaten van dit preventief onderzoek blijven aangeven, lijkt het wel laten verrichten van het bevolkingsonderzoek op baarmoederhalskanker toch het beste advies.

Behandeling specifiek

De voorstadia van baarmoederhalskanker zijn, zoals dikwijls vastgesteld via het bevolkingsonderzoek, vrij eenvoudig te behandelen, vaak zelfs zonder narcose. Via laserbehandeling, wegbranden of wegsnijden kunnen de haarden met afwijkende cellen bestreden worden. De technieken om de afwijkende cellen op te sporen tijdens de ingreep verbeteren voortdurend. Als het aangetaste weefsel dieper ligt kan een groter deel van de portio, de uitmonding in de vagina, worden weggehaald. Hiervoor is in elk geval plaatselijke verdoving nodig.

Is eenmaal kanker geconstateerd, dan wordt de baarmoeder met het bovenste deel van de vagina en de plaatselijke lymfeklieren verwijderd. Bij jongere vrouwen die nog een kinderwens hebben, is het tegenwoordig in een aantal ziekenhuizen mogelijk om met een nieuwe operatietechniek niet de baarmoeder volledig te verwijderen maar een besparende operatie uit te voeren. Zwangerschap zou hierdoor mogelijk kunnen blijven.

Bij verdere uitbreiding van de tumor zal ook in de blaas en de endeldarm chirurgisch ingegrepen moeten worden. Aanvullend worden bestraling en chemotherapie gebruikt, zowel om tumoren vóór operatie te verkleinen, als om na operatie de laatste restjes tumorweefsel te vernietigen.

Recent is er een gentest op 7 genen ontwikkeld die de reactie van de tumor op bestraling met redelijke nauwkeurigheid kan vaststellen. Deze test wordt echter nog niet in de dagelijkse praktijk toegepast.

Tumorgerichte en mensgerichte behandelingen

Het optimaal behandelen van kanker bestaat volgens het Nationaal Fonds tegen Kanker uit de combinatie van tumor- en mensgerichte behandelingen. Deze laatste groep van behandelingen zijn gericht op voeding, beweging en welzijn. Het NFtK zet zich in deze zorg vast onderdeel te laten zijn van het behandelplan. Deze kunnen bijdragen aan minder complicaties, minder bijwerkingen en vergroting van het succes van andere behandelingen en dragen daarmee bij aan een hogere levensverwachting met een betere kwaliteit van leven. Meer informatie vindt u op onze site.

Resultaten

Bij tijdige ontdekking van baarmoederhalskanker zijn de vooruitzichten op genezing goed. Wanneer de tumor zich niet buiten de baarmoederhals heeft uitgebreid, is de kans op overleving na 5 jaar 80-90 procent. Bij uitbreiding van de tumor nemen de overlevingskansen sterk af, maar omdat dit dankzij de goede controle minder vaak voorkomt, ligt de gemiddelde vijfjaars overleving op 67 procent.

Worden de baarmoeder en eierstokken operatief verwijderd, dan zijn onvruchtbaarheid en vervroegde overgang het gevolg.

Preventie

Zoals steeds meer duidelijk wordt uit wetenschappelijk onderzoek, is een levensstijl waarin men regelmatig beweegt en goed en gezond eet, van belang om kanker te voorkomen. Vermoedelijk wordt tenminste 50% van de kankers veroorzaakt of bevorderd door factoren die met lifestyle te maken hebben. Preventie is dus van het grootste belang. Omdat het HPV-virus een erg belangrijke rol speelt bij het ontstaan van baarmoederhalskanker, is voorkomen van infectie hier helemaal erg belangrijk. Dit kan door een goed afweersysteem te hebben (en dus gezond te leven), zo weinig mogelijk wisselende seksuele contacten te hebben en bij wisselende contacten condooms te gebruiken en eventueel door vaccinatie. Let wel, vaccinatie beschermt slechts tegen een deel van virussen. Geen van deze maatregelen leveren een totale bescherming op, maar de kans op baarmoederhalskanker kan hiermee wel aanzienlijk verlaagd worden.

Op de hoogte gehouden worden van nieuwe ontwikkelingen?

Meld je aan voor de gratis nieuwsbrief
Aanmelden nieuwsbrief